
Op de drukpers: wanneer je ziet dat de uiteinden van de UV-kwiklamp zwart worden, moet je dit niet zomaar als een esthetisch probleem negeren. Het is een teken dat er erosie van de elektroden optreedt, waardoor de spectrale uitstraling al afneemt. De start- en stopcycli veroorzaken thermische schokken op de elektroden. Hierdoor wordt de emissieve laag op het kwarts beschadigd, waardoor de golflengten van 254 nm en 365 nm verdwijnen. Als er ook nog eens een ballast wordt gebruikt die niet past bij de lengte van de boog en de vermogensklasse van de lamp, dan zal de ontstekingsspanning en de werkingsspanning buiten de gewenste grenzen vallen. De lamp werkt dan warmer, waardoor de reactie van het fotoinitiator minder effectief wordt.
De oplossing is een goed ontworpen koelsysteem voor de UV-lamp, zodat de temperatuur van de lamp binnen de gewenste grenzen blijft – meestal tussen 600 en 850°C voor middeldruk-kwikdamplampen. Door de luchtstroom goed te regelen, kan de temperatuur van het kwarts stabiel blijven, zodat de spectrale uitstraling over de golflengten van 365 nm, 385 nm en 405 nm consistent blijft.
Met dit gecontroleerde koelsysteem blijft de piekintensiteit constant, zodat de energiedichtheid die op het substraat terechtkomt voorspelbaar is – meestal tussen 600 en 1200 mJ/cm² voor inkt op papier en PET. Dit zorgt voor een consistente verharding van het materiaal, minder fouten en een langere levensduur van de lamp.
Waarom dit systeem werkt in de productie: het koelsysteem voorkomt thermische problemen die kunnen ontstaan door een niet geschikte ballast. Hierdoor kan de lamp op zijn nominale vermogen werken, zonder dat de verharding van het materiaal wordt beïnvloed door te hoge intensiteiten. Hierdoor wordt de verharding op papier, PET en harde plastics meer consistent. De levensduur van de lamp kan zo worden verhoogd tot meer dan 2000 uur, afhankelijk van het aantal starten per shift.
Tijdens de installatie moet de luchtstroom worden aangepast aan de vermogensklasse van de lamp en de geometrie van de lampenhouder. Te veel luchtstroom kan de boog doen doven en de ontstekingsspanning verhogen. Te weinig luchtstroom leidt tot oververhitting en versneld zwart worden van de lamp. Zorg ervoor dat de ballast past bij de lengte van de boog en de vermogensklasse van de lamp. Stel vervolgens een minimale tijd in waarvoor de lamp moet branden, en verminder onnodige starts. Controleer de temperatuur van de lamp met een pyrometer en de spectrale stabiliteit met een radiometer.